Twee grafstenen
Start Omhoog

 

 


Twee grafstenen ontrafeld aan de Sint-Ambrosiuskerk van Dilbeek

Grafsteen Posschelle-Gysens uit 1880

Rechtover de ingang van Sint-Ambrosiuskerk ligt een verwaarloosde arduinen grafsteen waarvan het opschrift totaal onleesbaar is. Wellicht dankzij dat hij vervuild is heb ik de inscriptie tot leven kunnen brengen door met mijn schoen het vuil in de dieper liggende letters te wrijven. De leesbaarheid duurde maar even, want na een regenbui was hij opnieuw onleesbaar geworden. Voor de nabestaanden van deze familie is dit een zeer waardevolle ontdekking. Het betreft een grafsteen van het echtpaar Pierre Posschelle en zijn echtgenote Maria Elisabeth Gysens. In het archief van FV-Nationaal heb ik een rouwbrief van de echtgenoot gevonden, en een rouwbrief van de echtgenote die te koop werd aangeboden, waarmee het bewijs geleverd is dat zij wel degelijk op het kerkhof van Dilbeek begraven werden.

 

 

A LA MEMOIRE

DE

M  PIERRE POSSCHELLE

NE A GRAMMONT

LE 13 NOVEMBRE 1808

DECEDE A BRUXELLES

LE 31 OCTOBRE 1880

ET

M  MARIE GYSENS

NEE A BRUXELLES LE 4 MAI 1810

Y DECEDEE LE 4 JUILLET 1888


Grafsteen dorpsheer Malo uit 1777

De tweede vondst is voor Dilbeek van historisch belang. Het betreft het afgebroken bovenstuk van de grafsteen van Joannes Carolus Henricus Malo en zijn echtgenote Joanna Catharina Dellano ’ Velasco[1]. Op de arduinen steen zien we nog de vage contouren van hun blazoen en de letters D. O. M. Het tweede stuk dat de eigenlijke inscriptie vermeld is helaas verdwenen.
Joannes Carolus Malo was enige zoon van Jan Balthazar Malo, advocaat, secretaris van de koning van Spanje
[2] en intendant[3] van Prins de Vaudemont, en van Petronilla Maria Van den Broeck[4]. Mede dankzij zijn gefortuneerd huwelijk kon zijn vader op 8 maart 1714 voor de som van 1100 gouden pistolen heer van Dilbeek en bezitter van het Grootkasteel worden. De vorige eigenaar de Prins van Vaudémont had het slot niet meer herbouwd nadat het in 1695 door de Franse troepen van maarschalk de Villeroy afgebrand was omdat hij streed in de rangen tegen Frankrijk. Jan Balthazar liet drie torens afbreken, waaronder de toren boven de ingangspoort. Het laterale woongedeelte is ook door hem bijgebouwd. Zo kreeg het kasteel het uitzicht dat we kunnen zien op de tekening door Maeystraeten. Jan Balthazar Malo moet overleden zijn omstreeks 1716, want zijn weduwe liet op 22 augustus 1716 bij transactie de heerlijkheid Dilbeek na aan de graaf van Tirimont. Deze meende hierop aanspraak te maken in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de hoge rechtspraak.

Rekeningen van het kapittel van Anderlecht in het archief van het Erasmushuis vermelden volgende bijzonderheden:

Jaar 1755-1764
Item M.r Malo sone des Advocaets, te vooren den Prince van Vaudemon, betaelt s’jaers twee chijns gls, uijtgaende op het groot casteel ende de goeden van Dilbeke, te weten van een bunder weijde in den wolffput, neffens de goeden van Grooten beijgaerden 1-2.

Item M.r Malo sone des Advocaets, te vooren den Prince van Vaudemon, als proprietaris van het groot casteel tot Dilbeke, betaelt van drij daghw.t hoffstede, gelegen rontom sijne goeden, op ste Elenenborre, s’jaers sesse viertels rocx. 1 sist: 2 Vls rogge.

Jaar 1766-1790
Item het groot Casteel tot Dilbecke, welckers besitter is mijn.r Malo debet jaerelijks aen de voors: capelrije ses veertelen rogge volgens capittels spijcker mits kortinghe van de hellight der xx.ste penninghendus hier 3-1-3.

Jaar 1789
Debet het groot Casteel van Dilbeke competerende mevrouw van den Broek jaerlijckx aen dese capelrije ses veertels rogge, die volgens capittels spijker mits korting van de hellicht der xxste beloopen ter somme van drij guldens veethien strs twee oorden vijf mt voor het jaer verschenen kersmis 1788 … f: 3,14,2,5 mt
 


Tekening van het kasteel van Dilbeke volgens M. Maeystraeten begin 18e.
Foto prentenkabinet KBB.


Volgens Alphonse Wauters werden Carolus Henricus Malo en zijn echtgenote in de kerk begraven. Dit zou logisch geweest zijn, omdat dit het privilege was van vooraanstaande personen. Een document in het kerkarchief vermeld echter als plaats het kerkhof in de muur van de sacristij en het koor. Volgens de overlijdensakte van de echtgenote was het haar uitdrukkelijke wens op het kerkhof begraven te worden.

1777, 1 martii obiit prenobilis Domina dellano ’ Valasco Bruxellensis uxor prenobilis domini Caroli h: Malo etatis sue 64 circiter annorum, vi ultime voluntatis sepulta in cemeterio.

Op 21 juni 1777 richt Joannes Carolus Henricus Malo eigenhandig een schriftelijke toelating aan de kerkmeesters tot het plaatsen van deze steen op de plaats waar zijn echtgenote reeds begraven lag. We geven de integrale en originele tekst van dit historisch document. Hierdoor kennen we de ligging van de grafsteen op het kerkhof tegen de muur van de toenmalige sacristij en het koor.

Wij Emanuel Jacobus De Reus Deservitor der Pastorije van Dilbeeke, ende Dominicus Heijmans ende Carel Van Nijverseel actuele dienende kerckmeesters, als administrateurs van de kercke der selve Parochie verclaeren gegeven ende gejont te hebben, gelijck wij geven ende jonnen mits desen aen ende ten behoeven van Joncker Carolus Henricus Malo, ende sijns actu hebbende, alleer, mits ende voor de somme van Achthien ghuldens ende Achthien stuijvers ten behoeve ende profijte van de voors: kercke door hem gegeven ende op heden date desen door ons ontfangen, Alsulckene plaetse op het kerckhof alhier, als den selven, met wijlen Vrouwe Joanna Chatharina Dellano ’ Velasco sijn compagne, voor hunne grafplaetse hebben vercoren met hunnen conjonctiven besloten Testamente geendosseert door den Notaris P: Van der Cammen ende getu’gen binnen Brussel den 14.en Meij 1776. ende door den selven Notaris geopent den 2.en Meert 1777.ende alwaer het lichaem van de gemelde Vrouwe J: C: Dellano ’ Velasco licht begraeven te weten teghen de sacristije ende de choore, ende op welcke plaetse sal  gestelt worden eenen sercksteen. gelovende voorders voor ons ende voor de toecomende Administrateurs der gemelde kercke, dat wij niet en sullen toelaeten, veel min gedoogen, dat ter selve plaetse naermaels andere lichaemen sullen begraeven worden als de ghene van den voors: J.r Carolus Henricus Malo sijne Erfgenaemen, maesschap, soo van hem als van wijlen sijn voors: Vrouwe compagne J: C: Dellano ’ Velasco, ende die aen de welcke hij dit sal toelaeten verclaerende tot dien wel uijtdruckelijck te renontieren voor ons ende onse naercomelingen administrateurs der kercke van Dilbeke, aen alle voorder recht het welcke de kercke aen die plaetse soude konnen pretenderen, soo nochtans, dat waer het saeckende  meer gemelde plaetse soude moeten,geincorporeert worden tot vergrootinge ofte verbreedinge van de choor den gemelden J.r Carolus Henricus Malo,in dien gevallen gehouden sal wesen ten sijnen coste te verleggen den sercksteen op eene andere daer ontrent liggende bequaeme plaetse de welcke wij verclaeren van als nu voor als dan gecedeert ende geabbandonneert te hebben aen ende te behoeven van J.r Carolus Henricus Malo ofte sijns actu hebbende op den selven voet als voren.

Voorders verclaeren wij aen den geseijden J.r Carolus Henricus Malo gepermitteert te hebben gelijck wij hem permitteren mits desen van sonder cost ofte last der kercke van Dilbeeke in den muer van de choor ofte van de sacristije der selve ter kerckhof werts, ende ter plaetse bij den voor beroepen testamente & conjonctif besproken, te doen, ofte laeten stellen eenen blouwen steen dienende voor een Epitaphium, den welcken steen den selven J.r C: H: Malo sal moeten onderhouden in soo daenighen staet dat den muer van de sacristije ofte choor daer door niet en worde beschaedight.

Allen het welcken ick ondergescreven verclaere te accepteren mits desen. In teecken der waerheijt  hebben wij dese onderteeckent ende daer van een dobbel gemaeckt om aen ons te dienen daer ende alsoo & Binnen Dilbecke den 21. en juni 1777.

Emmanuel Jacobus De Reus
Deservitor der parochie van Dilbeke
Dominicus Heijmans als kerckmeester
Carolus Van Nijverseel als kerckmeester
C: H: Malo


Handteken Carolus Henricus Malo

Moest hij zich in de kerk hebben bevonden, dan zou de opgave der grafstenen in de Sint-Ambrosiuskerk van 1825 dit ongetwijfeld vermeld hebben. De vragenlijst die pastoor Honnoré in 1899 naar het bisdom verstuurde bevat tekeningen van graven in de kerk. De steen van Malo komt er ook niet in voor.

Ze moeten zeer geliefd geweest zijn, want de overlijdensakte van Malo vernoemd hem als weldoener der armen (benefactor paūperum). Deze notitie in een parochieregister bewijst dit:

Prenobilis Dominus henricus Malo Possesor castri majoris obiit menso majo 1er 20.er anno 1784 benefactor eggregius paūperum releqūit censūm super Brabantia Status mensa S: Spiritūs duorum millum florensi[5] recuipendum sub pastoris quittantia absque salario et per eūm distribuendūm.

Hij sticht een 50 jaar durend jaargetijde dat begon in 1788.

fundavit et anniversaria dūo, pro se et uxore sūa duratura 50 annis tantam, primum celebratum est hoc anno 1788.

Carolus Henricus Malo overleed op 27 mei 1785.

1785, 27.ma maji Bruxellis de nocti obiit Prenobilis Dominūs Carolus henricus Malo vidūūs Prenobilis Domina Catharina de lano ’ velasco, Benefactor paūperum, etatis 75 annorūm, hic sepultūs.

Dankzij  het geschiedkundig werk  uit  1895 van Emanuel Moeremans hebben we een afbeelding, en was de grafsteen nog intact. Wanneer we de afbeelding van de kerk in 1764 bekijken valt het te betwijfelen of de grafsteen zich nog op de oorspronkelijke plaats bevond. Er is weinig gelijkenis met het gebouw in 1904. Hij heeft het over twee stenen van het echtpaar Malo. Hij schrijft: Au cimitičre de Dilbeek, derričre le choeur de sainte Alčne, se trouve deux pierres, l’une ą terre, l’autre enchąssée dans la muraille, elles portent toutes deux les écussons et l’insciption ci-aprčs …  Op  de foto van de zuidgevel vóór 1904 kunnen we een oude steen zien tegen de muur achter het koor van Sint-Alena. Hij werd waarschijnlijk weinig respectvol verwijderd tijdens de grote verbouwing in dat jaar. Vandaag herinnert de Malolaan ons nog aan onze voormalige dorpsheren vader en zoon Malo.
 

 

De grafsteen volgens Emanuel Moeremans en wat er vandaag nog van overblijft.

 


De Sint-Ambrosiuskerk in 1764. Archief OCMW Brussel.

 


Zuidgevel met de sacristij vóór 1904. Foto archief KIK.

 Bronnen

- Parochieregisters Dilbeek.
- Archief Erasmushuis Anderlecht, reg. nr. 44 blz. 1 en 4, nr. 52 laatste blz.
- Notities van Elisabeth de Viron.
- Histoire des environs de Bruxelles. Alphonse Wauters, tweede deel 1855.
- Simple notice sur Dilbeek, Anderlecht et Scheut. Emanuel Moeremans, Luik 1895.
- Archief Sint-Ambrosiusparochie Dilbeek, nr. 33743 en 33748.
- Vragenlijst aan pastoor Honnoré uit 1899. Archief Aartsbisdom Mechelen.


[1] Deze familie is afkomstig uit het Spaanse Castiliė.
[2] Waarschijnlijk Spanje, omdat onze gewesten toen onder Spaans bewind waren.
[3] Rentmeester.
[4] Petronilla Maria Van den Broeck vidua Dni Malo secretary sue Regie maiestis intendentis sue excellentie D: De Voudemont etc. Parochieregister Dilbeek 1 mei 1719.
[5] Gulden.