Het Onzevader en Weesgegroet in 1557
 


God onse Vader die inden hemel zyt
over alle die werelt breet ende wyt
moet geheylicht wordden uwen naem
O heere maect ons daer toe bekwaem
Dat U Rycke ons haest toecomen mach
uwen heyligen wille geschie nacht en dach
zoe wel inden hemel als opter eerden
O heere nempt myn gebeth in weerden
verleent ons heden ons dagelycx broot
Ende allet ghene des wye voirts hebbegnoot
vergeeft ons onse schulden soe wy doen
den ghenen die tegens ons misdoen
en  leyt ons niet in eenighe temptatnen
maer wilt ons heere in corter spatnen
verlossen van allen quaden tsamen
Dat moet waer zyn, dus seg ic Amen 
 

Weest gegroet Maria vol gratien
Ende occk vol alder Inbilatien
Want dne gebenedyde heere es met U
Dus mach ic wel vrylyck seggen U
Gebenedyt zydy bomen allen vrouwen
Wy sonde de vruchten cmen ontvouwen
die ghy hebt alder schoonste eersame
byder vrucht van uwen suiveren lichaeme
Jhm xpnm die alder sweerdichste dracht
Die ghy maeght blyvende, ter werelt hebt bracht
Wilt hem toch bidden heylige cyborne
Dat hij ons wil geven zyn eeuwighe glorie 

Amen
 


Dit is een prachtige 16e-eeuwse tekst van het Onzevader en het Weesgegroet. Deze tekst werd gevonden op een plaats waar men dit normaal gezien zeker niet zou aantreffen, nl. het schepenarchief van Dilbeek in het Rijksarchief te Leuven. Temidden van goedenissen en andere contracten staat het op een aparte ongenummerde blz. tussen folios 414 en 414v register 4176. In het oudste schepenregister van Dilbeek, en hierin het deel dat in 1557 aanvangt bij het aantreden van klerk Jacob De Busschere, vond hij het dus blijkbaar nodig om zijn ambtstermijn te beginnen in een Christelijke geest en steun te zoeken in het geloof. En hij is de enige die het op deze wijze ter harte nam.

Wat vooral opvalt is de zorg waarmee hij dit neerpende. De oude Brabantse tekst valt op door prachtige bewoordingen die meer kracht uitstralen dan de huidige versie. De tekst mag als vrij zeldzaam beschouwd worden, aangezien in kerkelijke middeleeuwse manuscripten het Latijn de voertaal was. Dankzij deze vondst we weten nu hoe onze voorouders in Dilbeek en omstreken de twee voornaamste gebeden voorlazen. We geven de transcriptie van deze tekst: