De pastoors

In sommige gevallen is het moeilijk een onderscheid te maken tussen de capellanus en de curato, en wordt hetzelfde bedoeld. Doch hebben wij voor alle zekerheid de kapelaan als onderpastoor gerangschikt.

WILLELMUS, zoon van Folcardus,  oudst gekende pastoor van de parochie. Hij geeft omstreeks 1227 een allodiaal goed (leenrecht, roerend goed of erfenis) aan het kapittel van Sinter-Goedele.

THEODORICUS, in 1260 capellanus van de succursale kerk (hulpkerk).

JOANNES, in 1292 rector ecclesiae parochialis de Dielbecka. Johannis curati de Dielbeke.

DE PAPE Petrus, op 7 juli 1491 door het Hof van Rome tot pastoor van Dilbeek benoemd.

HEERWEEGHS Adrianus, 1527

VAN OYENBERGE Niclaes OYENBRECHTS Nicolaus alias Grimbergen, parochiaen van Dilbeke, in 1561 curatus de Dilbeke de consensu capli, recuperat tres missas s. Magni. Hij overleed op 8 november 1565, en werd begraven in de kerk. De inscriptie op zijn gotische grafsteen luidt als volgt: Hier leet begrave heer/ Niclaes van 0yenberge/ prochiaen deser kercke die/ sterft a° XVC LXV de VIII november

DE VISCH Peeter (Mertten,Martinus), magister, in 1596 pastor in Dilbeek, die bij testament een erfellijke penning van 9 gulden schenkt aan de kerk van Dilbeek. In 1888 werd zijn jaargetijde nog gehouden met vespers; zingen der vespers op zon-en feestdagen en 4 hoogdagen.

Item heer Peeter in zÿnen leven erff prochiaen geweest hebbende vander kercke van Dielbeke heeft by zÿnen testamente der voers kercke gemaeckt de hooft penninghe van neghen guldens erffelycke den penninck achtiene om daer omme mede te betaelen den prochiaen ende cúester vande voers kercke vanden vesperen  te completen ende onzer lieúe vrouwen loeff te singhen inde voers kercke alle sondaeghe ende want die voers peninghen zyn gemploeert tot behoeff vander kercke wort tzelve bÿde kerckmeester utter hant betaelt vanden incommen der zelver kercke ergo alhier.

DE RUWE , de REU, de RAUW(E), DE ROUW, DE REUW,  DE NEEFF alias De Ronne, DE NEVE alias de Reûwe, de Renube Robrecht (Robertus), curato in Dilbeke, in 1585 benoemd door het aartsbisdom Mechelen; neemt ontslag op 1 juli 1617 “Pastor Robertus De Neve … a divinis suspensus, curam suam alteri resignavit”. Van 1593 tot 1595 was hij deservitor te Groot-Bijgaarden. Hij overleed op 20 december 1621 en werd in de kerk begraven. Zijn schilderij (olieverf) in de pastorij vermeld in het latijn ‘WIE HET BITTERE NIET HEEFT GEPROEFT VERDIEND HET ZOETE NIET.’  De T hoort er eigenlijk wel te staan, maar werd weggelaten wegens plaatsgebrek. 
 

                                                          

    

DVLCIA . NON . MERVI(T)

QVI . NON. GVSTAVIT .

AMARA.

DuS . ROBERTS  D. NEVE . AIS . D. RENUBE.

PASTOR . LOCI . A ° 1609 . 19 IUNY.

                                  

 

Wellicht is dit de jonge De Neve

 

 


DE MAREZ, DE MARE, DE MAIREE, DE MAREE Joannes (Johannes), reeds in 1618 curati in Dilbeke. Stichter van het Broederschap van Gedurige Aanbidding. In 1630 ondertekend hij samen met andere pastoors uit het Land van Gaasbeek een overeenkomst tussen de aartsbisschop van Mechelen en de heer van Gaasbeek aangaande kerk-en armbestuur.  Hij stichtte het Broederschap van gedurige aanbidding van de Heilige Rozenkrans dat succesvol werd, en schreef zelf aan het hoofd van de lijst . R. Dùs Joès De Marez, pastor. Hij benoemd als zijn testamentaire uitvoerders kanunniken Elinx en Gooris, 9 april 1646. Hij overleed te Dilbeek in december 1646.

VANDER EYCKEN Henricus, pastoor van Dilbeke in 1647, (zie ook onderpastoors).

VANDEN BOSSCHE Judocus, baccalaureus in theologie; vanaf 1646 vi nominationis; alias pacificus (de vreedzame of vredestichter) 3 september 1647. Zijn eerste doopakte schreef hij op 24 september 1647. In de rand van deze akte staat: Primùs baptisatùs a Reverendo domino Judoco Vàn Bossche Pastor in Dilbeke. Hij begon als eerste met overlijdens in te schrijven. In 1651-1654 verhuurd hij de tiende van de pastorij. Hij stelde attestaties op. Hij gaf aanzet tot de stichting van het Broederschap van Sint-Alena, dat blijkbaar niet van start ging. Hij schreef maar twee namen in. Hij overleed te Dilbeek op 25 maart 1654.

BIESMANS Jacobus, geboren omstreeks 1627, zoon van Jan en Susanna Van Steeneussel  (Steensel), vanaf 16 april 1654. “Pastor … litteras institutionis habet a domino archidiacono; introductus a domino cantore Anderlechtensi quod capitulum ius presentationis habet et ut dicunt ius archidiaconale obtinuit per denominationem anno 1654”. Hij schreef zijn eerste akte op 2 mei 1654, zijn laatste 18 december 1671. Als pastoor-notaris maakte hij ook testamenten en andere contracten zoals, verklaringen, schuldbekentenissen, voorhuwelijkscontracten. In 1655 logeerde zijn broer bij hem en zijn moeder kwam regelmatig op bezoek. In 1662 heeft hij het schilderij door Gaspar De Crayer geschilderd in het altaar van Sint-Alena geplaatst voor de som van 450 gulden. In de periode 1664-1665 verbleef zijn zuster bij hem. Hij beschadigde de pastorij zodanig dat zijn opvolger genoodzaakt was een proces in te spannen tegen de erfgenamen Biesmans, alsook betreffende het begravingsrecht. Op 26 maart 1688 verkopen zij een schuur te Dilbeek. Hij overleed te Dilbeek op 5 januari 1672 en werd in de kerk begraven.


VAN LINTHOUT, VAN LINHOUT, LINDTHOUDT Henricus, geboren omstreeks 1647, pastoor vanaf 1672, vi nominationis “Pastor ad curam previo concursu ab illustrissimo domino electus, et actu pastorale officium exercens est dominus Henricus van Linthout .. Inter quod (captulum Anderlechtense et illustrissimum dominum ratione collationis lis pendet in consilio Brabantie”. Een geschil bemoeilijkte zij benoeming. Hij werd pas benoemd in 1676 bij concurs inplaats van Duermans die naar Ossele-Brussegem ging als opvolger van pastoor Croon die aftreedde. Aan het concurs namen drie kandidaten deel waaruit de pastoor werd gekozen. Zijn eerste akte schreef hij op 30 januari 1672, zijn laatste 24 mei 1708. Net als zijn voorganger nam hij notariële taken tot zich.  In 1691 was hij deservitor te Itterbeek. Volgens de telling van 1693: “Inden iersten heer Henricus Van Linthaùt pastoir, Martÿne Vander Haeghen sÿn meÿssen.” In de telling van 1702: “Ierst den heere pastor pretendeert vrije te wesen als nÿet hebbende sÿne pastorale competentie eene dienstmaerte 1 gulden.” Hij stelt voorhuwelijkscontrakten en testamenten op.  Hij overleed op 61-jarige leeftijd te Dilbeek op 18 december 1708 en werd begraven in het hoogkoor.


WOUTERS Gerard, geboren te Brussel of Beersel omstreeks 1682 zoon van … en Anna Vanden Sande; vi nominationis door de Artesfaculteit te Leuven tot pastoor van Dilbeek benoemd, en bleef dit gedurende 58 jaar. Hij schrijft zijn eerste akte op 28 juli 1709, zijn laatste 14 december 1763; In 1727 wonen bij hem zijn zuster en een huishoudster in. Werd landdeken van het district Sint-Pieters-Leeuw vanaf 1737. Op 13 november 1743 ex commissine R.D. pastoris Lenniacÿ S: Martini. In de telling van 1747: “Den Eerw: heere Gerardus Waúters pastoor ende landtdeken 25, Den Eerw: heere onderpastoor 6, De dinstmaerte 2, 4 schouwen 2, The 3.”In de telling van 1755: “Den Eerw: heere Gerardus Waùters pastoor deser parochie 1 meÿsen, Den Eerw heere Benedictus Angelis dú Bois.” Deze was onderpastoor. Hij stelt overeenkomsten, getuigenissen, en  testamenten op. Gerardus Wouters overleed te Dilbeek op 10 juli 1766 op 84-jarige leeftijd, en werd begraven in de kerk. Een merkwaardige aantekening in het overlijdensregister van Anderlecht vermeld het volgende:

“+ Rev. Admodum Dominus Gerardus Wouters Pastor in Dilbeke, ab annis jubilarius, nuper Decanus ruralis Districtus de Leeuw Sti. Petrus, quod officium dimiserat ob senium, qui ibidem pastoratum obtinuerat anno 1709, et sepultus est ibidem in Templo ante chorum, idque capitulariter per Ampl. Mum Dnum Decanum hujus chori.”


MILLE Laurentius, vi nominationis; waarschijnlijk geboren te Brussel omstreeks 1730. Hij schrijft zijn eerste akte op 27 juni 1767, zijn laatste 3 juni 1772. Werd pastoor van de Sint-Nicolaasparochie te Brussel en plebaan (archepresbiter Brux). Dit is een pastoor die in naam van de bisschop een kathedrale kerk bestuurd. “migravit ad eccl procial S: Nicolai Brùx (deindé) factus plebanus in 1775 archepresbiter (deken) Brux in 1781. Tijdens zijn periode werd de pastorij herbouwd. Hij overleed op 77-jarige leeftijd  7 juli 1817.

DE HELT, D’HELT Carolus Josephus, afkomstig uit Brussel; coadjutor in Essche. Hij werd aangesteld op 22 mei 1772. Schrijft zijn eerste akte op 4 juni 1772, zijn laatste 30 december 1776. Hij maakt testamenten. Is plots overleden te Dilbeek op 9 februari 1777.

ERMENS Petrus, geboren te Melsbroek op 21 november 1745 als zoon van Guilielmus en Elisabeth De Meulder; S.T.B.F. 17 augustus 1765; in 1774 lector in het college Malderus te Leuven; (vi nom Lov.) op 13 februari 1777 benoemd door de faculteit van Leuven; pastoor gedurende 4 jaar en 3 maand. Zijn eerste akte schrijft hij op 24 juni 1777, zijn laatste 15.09.1781. Hij stelt ook testamenten op. Hij overleed te Dilbeek (festo s: Michaelis) op 28 september 1781.

BIJL (BEYL) Joannes Franciscus, afkomstig uit Geraardsbergen, zoon van Gabriël en Adriana De Smet; Primus Academicus, licentiaat in de theologie; was twee jaar kanunnik van Anderlecht; (vi nom Lov.) benoemd door de faculteit van Leuven op 13 februari 1782; pastoor gedurende 9 jaar. Zijn eerste akte schrijft hij op 2 juli 1782, zijn laatste 25 februari 1791. Hij overleed te Dilbeek op 8 maar 1791 om 5 uur ’s middags, aan de gevolgen van een besmettelijke koorts, waaraan nog meerdere overwegend arme dorpsgenoten bezweken. In het parochieregister vonden we een interessante nota:

/8 martii 1791obiit Reverendús ac Erúditissi = / mús Dominús Joannes Franciscus Bijl Gerardi / = montensis filius Gabrielis et Adriana De Smet S:T:L: /aetatis súae anno 37° Curae pastoralis nono : sepultus in templo ante altare Diva Virgi / = nis decima ejusdem Mensis/.

Onder een prachtige en verfijnde grafsteen is hij de laatste pastoor die in de kerk werd begraven. Zijn jaargetijde liep nog in 1888. Deze was gesticht op 25 augusus 1792, de machtiging op 28 augustus 1792, met een dotatie van 816,32 fr. op den Grootboek van belgische schuld 3 ½ %, een inkomen van 32,65 fr. Ze was van 3e klas met klokluiden, vigilie en libera. In 1933 staat ze nog steeds ingeschreven.


VLIEGEN Henricus, geboren te Donk 11 januari 1750 provincie Limburg, nu arrondisement Hasselt, bisdom Luik, als zoon van Martinus en Maria Gijsens (Geysens); pastoor S.T.B.F. en magister artium. Hij werd benoemd door de artesfaculteit van Leuven op 17 maart 1791. Zijn eerste akte dagtekend van 25 juni 1791, zijn laatste 11 juli 1822. Tijdens de Franse overheersing ging er een verbod uit op erediensten in de periode van 20 september 1797 tot Pasen (18 april) 1802. Wegens weigering de eed van haat aan het koningschap  af te leggen heerste er vanaf 5 september 1797  een ware kerkvervolging. Net zoals de pastoor van Gaasbeek, Itterbeek, en nog vele anderen moest ook onze pastoor onderduiken. Hij zat verscholen in het Hof het Careelblock bij Van Overstraeten te Wolsem, en in nog een ander huis te Wolsem. Van daaruit bezocht hij de stervenden, deed de dopen en de huwelijken, ofwel kwam men bij hem. Eens is hij met groot levensgevaar moetenzwemmen door de vijver van het Sint-Wivinaklooster, nadat hij het kind van een der bedienden was gaan dopen. Ook in het doopregister kunnen we een spoor van dit gebeuren terugvinden. Gedurende de periode 6 oktober 1797 tot 30 oktober 1800 staat als doopheffer koster Jan BaptistHallemans. De vorige doop dateert van 6 september 1797. Op het einde van zijn leven ging zijn gezondheid stillaan achteruit. Hij overleed in de pastorij neffens de kerke op 29 augustus 1822 op 72-jarige leeftijd. Zijn grafsteen ligt buiten tegen de muur van het hoogkoor.

 


Inschrijvingsbewijs voor magister Henricus Vliegen aan de faculteit theologie van Leuven onder het
nummer 130, 17 oktober 1775. 

 


Benoemingsbrief voor pastoor Vliegen met goed-
keuring door het kapittel van Anderlecht in bijzijn van twee getuigen Henricus Van Houtert en Martinus Geysens, 17 maart 1791.

 


Aanstelling van Henricus Vliegen als pastoor van
Dilbeek door het aartsbisdom Mechelen, 15 juni 1791.

 

 


 

 

COOLEN Joannes Franciscus, geboren te Mechelen op 12 juni 1785; priester gewijd te Brussel op 13 december 1815. Hij was eerst onderpastoor te Dilbeek vanaf 18 mei 1818 tot  hij op 12 november 1822 pastoor werd benoemd. Op 11 november 1822 schrijft hij zijn eerste akte als pastoor, dus 1 dag vòòr zijn officiële benoeming. Hij was ook rentmeester van de kerkfabriek.

Volkstelling 1846:
Coolen Johannes Franciscus, 60 jaar, geboren Mechelen provincieAntwerpen, Vlaemsch en Latijn, roomsch catholiek, pastoor.
De Cock Johannes Franciscus, 26 jaar, geboren Merchtem, Vlaemsch en Latijn, roomsch catholiek, onderpastoor.
Merché Magdalena, 43 jaar, geboren Mechelen provincie Antwerpen, Vlaemsch, roomsch catholiek, ongehuwt, zonder beroep, afwezig.
Van der Voorde Elisabeth, 46 jaar, geboren Sinte Martens Lennick,Vlaemsch, roomsch catholiek, dinstmeydt.

Op 11 maart 1864 dient hij zijn ontslag in wegens hoge ouderdom en vertrok naar zijn geboortestad. Volgens het handschrift van pastoor Honnoré bezat Coolen zeer weinig geleerdheid en kon zelfs bijna geen latijn. Hij zou de tafel van het hoofdaltaar en het eiken tabernakel hebben doen wegnemen en vervangen door een andere, hetwelk geen de minste waarde bezat. Hij zou ook het mooie schilderij op hout door schilder Bernaerts van Mechelen hebben laten doorzagen om op de achterzijde van de planken tafereeltjes met betrekking tot de begankenis tot Sint-Alena te schilderen. De bewering van pastoor Honnoré over zijn onzorgvuldigheid lijkt blijkbaar juist te zijn. Bij nazicht van de parochieregisters blijkt hoe slordig hij was bij het inschrijven van de akten. Eenmaal pastoor nam hij het niet zo nauw meer. Met een zeer slechte pen en onregelmatig geschrift  noteerde hij dikwijls de ene akte en het ene jaar vòòr het andere. Soms ontbreken zelfs akten en belangrijke gegevens. Ook zijn woordenschat liet veel te wensen over. Hij overleed te Mechelen op 16 augustus 1870 en werd begraven te Wallhem op 22 augustus 1870. Zijn gedenksteen ligt buiten tegen de muur van het hoogkoor.


BIERMANS Petrus Jacobus, geboren te Lier op 29 juni 1822 als zoon van Laurentius en Maria Catharina Bauwens. Primus in wijsbegeerte. Hij werd tot priester gewijd te Mechelen op 20 september 1845, en  op 1 oktober van datzelfde jaar naar de hogeschool van Leuven gezonden om er de godsleer te studeren. Doch omwille van gezondheidsredenen moest hij deze studies staken. Hij werd onderpastoor in de Sint-Niklaasparochie te Brussel op 17 mei 1847 tot 10 maart 1864. Tenslotte werd hij op 11 maart 1864 tot pastoor van Dilbeek benoemd en plechtig ingehaald op 22 maart. Hij overleed in de pastorij op zondag 14 juni 1868 na een chirurgische ingreep tengevolge van ontaarde aambeien (hemorrhoïdes dégénérées). Hij was een zeer geliefd mens, en zelfs aanbeden door zijn parochianen. Alles bewijst dat hij een verstandige werker en een zoeker was. Het is onder zijn pastoorschap dat een nieuwe pastorij werd gebouwd. Zijn grafsteen ligt buiten tegen de muur van het hoogkoor.


BIERMANS Augustinus, geboren te Lier op 10 oktober 1828, broer van Petrus Jacobus; Priester gewijd op 18 September 1852; onderpastoor te Heffen bij Mechelen op 24 februari 1853; pastoor van Dilbeek vanaf 25 september 1868. Hij zou een befaamd bijenimker geweest zijn. Onder zijn pastoorschap werden in 1893 drie nieuwe klokken geplaatst, en doorstond zegevierend de schoolstrijd van 1879. Hij overleed te Dilbeek op 6 mei 1898 aan de gevolgen van een longonsteking (pneumonie). De droefheid der parochianen bij zijn afsterven bewees overtuigend hoezeer hij geacht en bemind werd. Het was vooral door zijn zachtmoedigheid dat hij hun genegenheid won. Hij besteedde vooral zorgen aan het aankopen van veel en kostbaar gewaad. Hij heeft de sacristi laten vergroten; hetwelk reeds ontworpen was door zijn broer.  Zijn grafsteen ligt buiten tegen de muur van het hoogkoor en rechts naast zijn broer. Op 16 mei 1898 worden met machtiging op 5 april 1899 twee jaargetijden van 2e klas met libera en commendatiën gesticht voor Eerw. Heeren Augustinus en Petrus Jacobus Biermans, voor de som van 2000 fr. Belgische schuld aan 3 % 1768 fr. Deze liep nog in 1967 aan 4 % met 80 fr. inkomsten.



Mogelijk is dit Augustinus Biermans

 

HONNORE Honorius, geboren te Brussel op 1 januari 1848 als zoon van Hubarius Josephus en Carolina Sophia Doremans. Hij werd bijgenaamd ‘het konijn’ vanwege zijn grote tanden. Priester gewijd te Mechelen op 21 september 1872, en werd vervolgens leraar; onderpastoor van de parochie Sint-Jakob op Koudenberg te Brussel 16 juni 1877 - 17 juli 1882, van de parochie Sint-Jan en Niklaas te Schaarbeek 18 juli 1882 - 16 augustus 1883, en van de parochie Sint-Bonifatius te Elsene 17 augustus 1883 - 21 juli 1898. Hij werd tot pastoor van Dilbeek benoemd op 22 juli 1898 en bleef dit tot 1 april 1919. Hij overleed te Dilbeek Verheydenstraat op 3 januari 1922. Zijn grafzerk bevindt zich heden nog op de gemeentelijke begraafplaats.



 

GEETS Emilius, geboren te Laken op 1 november 1871 als zoon van Emmanuel Paul en Margareta Lellemann; priester gewijd op 21 september 1895; leraar aan het Sint-Lodewijkgesticht te Brussel op 15 april 1895; pastoor van Dilbeek vanaf 22 april 1919 tot in 1936. Het huidige hoofdaltaar draagt zijn inscriptie met als datum 1930. Hij overleed te Anderlecht op 31 juli 1944, naar verluidt  aan de gevolgen van een ongeval veroorzaakt door een tram aan de Ninoofsesteenweg, in de kuip tussen de Verheyden- en Spanjebergstraat, gekend als aan ‘den ballon’. Hij rust op de gemeentelijke  begraafplaats in een familiegraf samen met zijn ouders, grootouders en andere familieleden. Zijn jaargetijde liep nog in 1981 met een inkomen va 620 fr. Het werd gesticht in augustus 1945 aan 15.500 fr. B.R. 4 % met een inkomen van 12 fr., met jaarlijks een gelezen mis met collecta pro jus habentibus.


DE REY Constant Marie, geboren te Leuven 23 februari 1888. Hij werd tot priester gewijd in 1914; leraar aan het klein Seminarie te Mechelen; onderpastoor van de St. Mariaparochie te Schaarbeek; provinciale proost van de K.A.J., (jeunesse ouvrière catholique J.O.C.). Hij werd vereerd met het kruis "Bene Merenti" door Z.H. Paus Pius XI; aalmoezenier van het Belgisch leger; oudstrijder 1914-18; burgerlijk weerstander en politieke gevangene 1940-45. 0p 7 juni 1936 wordt hij plechtig ingehaald als pastoor van Dilbeek. In 1939 viert men zijn 25-jarig priesterjubileum. Hij stond bekend als zeer streng, authoriteir, en bovenal fervent Belgisch patriot. Tijdens zijn pastoorschap werden twee nieuwe klokken geplaatst. Hij overleed te Hogen-Geetbets 29 mei 1961. In 1964 werd zijn jaargetijde gesticht voor 10.000 fr. aan 4 % voor 1 gelezen mis pro jus habentibus.  In 1981 werd dit nog gehouden met een inkomen van 400 fr.


 

DE RONS Karel, geboren te Neder-Over-Heembeek op 19 augustus 1906 als zoon van Joseph en Anna Catharina Verbelen. Werd priester van het Aartsbisdom Mechelen-Brussel gewijd te Mechelen op 21 april 1930; leraar Grieks en Frans aan het Onze-Lieve-Vrouwcollege in Vilvoorde; Eerst pastoor van Beigem, werd hij op zondag 5 mei 1957 om 14,30 u. door Kardinaal Van Roey tot  pastoor van Dilbeek aangesteld. Hij bleef dit tot aan zijn pensioen in 1972; deken vanaf 1963 tot 1971. Hij ging op rust in het bejaardencentrum Breugheldal te Itterbeek. Op 22 april 1995 vierde hij zijn 65 jaar priesterschap. Hij overleed er op 17 januari 1998. Tijdens zijn pastoorschap werd het parochiecentrum aan het Roelandsveld gebouwd.

BROES Jules Petrus, geboren te Aarschot op 3 februari 1922; pastoor vanaf 1972 tot aan zijn pensioen op 1 september 1991; landdeken. 

OUD-DEKEN JULIEN BROES OVERLEDEN

Op maandag 14 januari is in Heusden-Zolder priester en oud-deken van Dilbeek Julien Broes overleden. Hij werd 90 jaar. Hij werd geboren in Aarschot op 3 februari 1922 en priester gewijd op 27 juli 1947.

Julien Broes is na zijn priesterwijding lange tijd in Willebroek actief geweest, eerst als parochievicaris in de Sint-Niklaasparochie (1947-1960), daarna als godsdienstleraar (1960-1961) en directeur (1961-1972) in het Instituut van de Dochters van Maria. Van 1972 tot 1991 was hij pastoor in de Sint-Ambrosiusparochie in Dilbeek en deken van het dekenaat Dilbeek. 

Heel die tijd hebben mensen hem leren kennen als een zeer wijs man, heel belezen op vele vlakken. Broes was een overtuigd priester met aandacht voor liturgie. Hij had een liturgische werkploeg die hem het hele jaar bijstond. Daarnaast was hij heel muzikaal. Hij speelde orgel en piano en richtte een parochiekoor op dat met vierstemmige liederen de mis opluisterde. In de periode 1968-1991 was hij ook Nationale aalmoezenier van de Kostervereniging. Na zijn pensioen in 1991 verhuisde hij naar Heusden-Zolder, ver genoeg om – zo zei hij – zijn opvolger alle vrijheid te schenken.

De uitvaart van Julien Broes heeft plaats op 19 januari 2013 om 10.30 uur in de Sint-Willibrorduskerk in Heusden (Heusden-Zolder). 
 

(Persdienst aartsbisdom)

 

GEYSEN Marc, geboren te Heule op 10 april 1939. Pater van de H.H. Harten; leraar aan het Damiaancollege te Aarschot. Hij legde zijn geloften af te Tremelo op 8 september 1959, en is er tor priester gewijd op 4 april 1965. Hij was achtereenvolgens mede-pastoor in de parochie Sint-Stefaan te Sint-Stevens-Woluwe en pastoor in de parochie Sint-Martinus te  Melsbroek. Hij werd pastoor van Dilbeek op 31 augustus 1991. Hij huldigde de vernieuwde basisschool Sint-Alena in. Hij overleed te Dilbeek op 10 september 1994 en werd begraven op de gemeentelijke begraafplaats.

GOOSSENS Gust, geboren te Essen op 27 juli 1939; pater Norbertijn van Grimbergen, kleding 28 augustus 1961, professie 28 augustus 1963, priesterwijding 11 juli 1967; van 1969 tot 1989 was hij onderpastoor in de St. -Servaasparochie te Grimbergen; pastoor van Dilbeek vanaf 1994 tot vrijdag 6 september 1996, om deken te worden van de dekenij Dilbeek in opvolging van deken Jozef Ceulemans. Hij werd tevens pastoor van de Sint-Rumoldusparochie in Schepdaal vanaf zondag 3 juli 1989, en kreeg er ook de Sint-Gertrudisparochie bij. Hij werd nog pastoor van Wemmel, Hamme, en tenslotte in 2004 te Oppem (Meise) . Hij is tevens lid van de raad van de abt sinds 5 november 2004; aalmoezenier in rusthuis H. Hart sinds september 2006.

CAUWENBERGH Luc, geboren te Vilvoorde op 17 december 1948 als tweede zoon van Jan Cauwenbergh en Jeanne Sollie. Na achtereenvolgens studies lager en hoger middelbaar onderwijs in het Onze-Lieve-Vrouwcollege te Vilvoorde, studeerde hij klassieke filologie aan de Katholieke Universiteit te Leuven; tevens filosofie in het C.I.C.M. te Sint-Pieters-Leeuw (Zuun). Hij behaalde het baccalaureaat godgeleerdheid aan de Pontificia Universitas Gregoriana te Rome; de licentie godgeleerdheid en het doctoraat in de godgeleerdheid, afdeling moraaltheologie aan de Katholieke Universiteit te Leuven. Hij hield studieverblijven aan de Karl-Marx-Universität te Leipzig (DDR). Met een doctoraatsverhandeling  verkreeg hij er de graad van Sacrae Theologiae Doctor. Hij ontving zijn priesterwijding op 29 februari 1975 door L.  J. Kardinaal Suenens, aarstbisschop van Mechelen-Brussel. Als priester was hij stagair  en onderpastoor te Schaarbeek van de H. Familieparochie; verantwoordelijke voor de nederlandstalige pastoraal in de parochie St. Ceciliaparochie te Ganshoren, en de H. Hartparochie te Koekelberg; onderpastoor te Leuven in de parochie St.Antonius van Padua; pastoor te Herent in de Maria Hemelvaartparochie; parochie-administrator  in de St. Laurentiusparochie. Op 1 september 1996 is hij parochie-administrator van de Sint-Ambrosiusparochie in Dilbeek geworden. Op 3 oktober 2001 werd hij aangesteld als federatiepastoor. Deze omvatten 5 parochies: Sint-Ambrosius, Sint-Theresia, Sint-Pieter- en Sint-Anna te Itterbeek, en H. Dominiek Savio. Op vrijdag 23 februari 2000 vierde hij zijn 25 jaar priesterschap.