Gemeentehuizen
Start Omhoog

 

 

Meier is een Frankische titel die in het algemeen een familieaangelegenheid bleef. Buitenstaanders maakten tijdens het ancien régime maar weinig kans om tot bestuurlijke functies door te stoten. Dit gold zowel op kerkelijk als burgerlijk gebied. Het samenstellen van het onderling genealogisch verband tussen deze families vormt het thema voor een studie op zich. Net als bij beroepen als bv. beenhouwers, bakkers, hoefsmeden enz. werd de vaardigheid meestal doorgegeven van vader op zoon of schoonzoon.

De meier werd aangesteld door de landsheer wiens plaatsvervanger hij was. Voor Dilbeek was dit de heer van Gaasbeek. De taak van de meier was te vergelijken met deze van de huidige burgemeester, doch met een meer uitgebreide bevoegdheid.

Een borgmeester had niet dezelfde bevoegheid als onze burgemeester. Zij pachtten de gemeentebelastingen en waren verantwoordelijke voor de inkomsten en uitgaven van de gemeente. Zij stonden dus in feite borg om de financiën te beschermen en in zekerheid te stellen; dus ongeveer zoals onze huidige gemeenteontvanger.

Dilbeek had reeds in 1819 een gemeentehuis. Tijdens het ancien régime gingen de vergaderingen door in het huis van de de meier of een der schepenen. Het eerste gekende gemeentehuis was de herberg "In het Raadshuis" tegen de pastorie. Het tweede gemeentehuis werd in 1838-1839 tegenover het eerste gebouwd, samen met de lagere gemeenteschool. Het derde gemeentehuis werd in 1902 gebouwd aan de Ninoofse Steenweg, en deed amper goed twintig jaar dienst. In 1923 wordt het kasteel de Viron als gemeentehuis in gebruik genomen. In 1990 kocht de gemeente de hele site van het voormalig Sint-Alenapachthof van de familie Leunis. Stapsgewijs zijn alle gemeentediensten hierin ondergebracht. Het kasteelgemeentehuis behoudt haar ceremoniële functie.


Het witte huis rechts is het eerste, links het tweede gemeentehuis,
 foto anno 1879


Derde gemeentehuis, foto begin 20e eeuw
 


Vierde gemeentehuis


Kasteelhoeve